Lees, huiver, leef mee

25 rondjes op de baan. Ik had plechtig beloofd nooit aan dit soort geestdodende draverijen mee te doen. Toch stond ik in mei in Californië bij Stanford University aan de start van mijn eerste 10km ooit. Niks te verliezen, zei mijn coach. Je bent in vorm en we gaan gewoon leuk mee doen om te winnen. De grootste uitdaging voor een 10km loopster die ooit is omgeschoold vanuit de kortere afstanden, is ontspannen. Juist niet zoals in een 1500m om je plaats in het veld vechten, zonodig ellebogen uitdelen, op scherp staan om bij cruciale tempowisselingen mee te gaan, want owee als je de boot mist. Nee, de 10km is andere koek. Onderweg juist absoluut geen energie verspillen, schouders en armen ontspannen, zo dicht mogelijk tegen de rail aanlopen, je benen het werk laten doen, ademfrequentie laaghouden. Het liefst de tel kwijtraken, gewoon links afslaan en rechtdoor rennen, links afslaan, rechtdoor rennen… steeds maar weer totdat je wakker wordt van de bel voor de laatste ronde. Dan sprinten en winnen, appeltje-eitje.

Gek genoeg lukt het. Mijn coach kent me goed. Ik volg zijn instructies, loop op auto-pilot in de groep, alles onder controle. Dan in de laatste ronde de eindsprint. Tot mijn verbazing sprint ik in de laatste 200m makkelijk bij de andere meiden weg en win. En de tijd? 31:31min. Ik heb onderweg niet op de klok gekeken en kan het niet geloven. Dat is 29 seconden onder de limiet voor de Olympische Spelen. Ik ga naar Rio! Natuurlijk blij, maar vooral ook opgelucht. Suzy fi-na-lly got her shit together.. en de Amerikanen langs de kant dachten het ongetwijfeld met me mee.

Ho, wacht, dit is te makkelijk zo. Eventjes 3 jaar terug in de tijd.. *rewind geluidje*.. de zomer van 2012.

Ik weet nog goed dat ik thuis de trap opliep en bovenaan met diep gezucht een rustpauze moest inlassen voordat ik naar mijn kamer kon doorlopen. Lekkere atleet, met m’n Olympische aspiraties. Ik had meer weg van een kettingroker.

Vanaf het begin van mijn ren-carrière liep alles eigenlijk op rolletjes. Als junior deed ik het goed in Nederland en snel genoeg ook daarbuiten met 4 medailles op Europees niveau. Dat leverde me een berg aan scholarship offers verspreid over heel Amerika op waaruit ik, vooral uit weer-technisch oogpunt, Florida State University koos. Op mijn 19de verhuisde ik naar Tallahassee om daar sociologie te studeren en voor de universiteit wedstrijden in de Amerikaanse studentencompetitie (NCAA) te lopen. Vier jaar later had ik mijn studie afgerond, 2 NCAA titels op zak en ondertekende ik op basis daarvan mijn eerste contract met Nike, like the American dream.

4932_190217990390_8122039_n

Samen met mijn vriend verhuisde ik naar zijn homeland Australië om daar mijn carrière als professionele atleet voort te zetten. Tijdens de winter in Australië en zomers in Europa, chasing summer, living the life. Maar blessures gooide roet in het eten. Linker achillespees, rechter voet, linker voet, rechter achillespees. Ik kreeg mijn training maar niet op de rails door alle onderbrekingen. Ik moest sterker worden, de belastbaarheid moest omhoog. Samen met een nieuwe krachtcoach werkte ik een jaar lang aan alle zwakke schakels om zo sterk mogelijk het Olympisch jaar in te gaan. En met succes, ik voelde me onbreekbaar en robuust. Ik begon als een malle te trainen om tegen alle verwachtingen in toch die enorme inhaalslag te maken en me voor de London te plaatsen. Robuust waren mijn spieren en pezen zeker, maar dit keer was het mijn hart dat het niet kon bijbenen. Iedere wedstrijd die ik liep raakte ik verder verwijderd van die ongrijpbare limiet. Ik rustte niet meer uit, raakte langzaamaan overtraind, had alle systemen uitgeput. Daar stond ik dan bovenaan de trap met m’n handen op mijn knieën. Ik had me helmaal kapot getraind. Uit-ge-put.

Ik was 26 jaar, miste de Spelen, kreeg geen ondersteuning meer en opeens begonnen mensen zich hardop af te vragen of het misschien niet eens tijd was om iets met die kekke Amerikaanse studie van me te gaan doen.

Stoppen? Het was nooit in me opgekomen. Of nouja, misschien wel die ene keer toen ik samen met m’n broertje op de bank de sluitingsceremonie van Londen aan het kijken was. Het was de eerste keer in twee weken dat TV aanstond, mede dankzij het optreden van de Spice Girls die avond, maar eigenlijk ook omdat ik vond dat ik niet zo kinderachtig moest doen. Klassiek gepaard met rode wijn en chocola, zoals het een falende atleet betaamt… en dan natuurlijk net iets teveel, want als topsporter doe je iets goed of je doet het niet.

Ik was er goed ziek van, van het missen van de Spelen dan. Ik had er moeten staan, dat wist ik. Maar altijd weer die fucking kink in de kabel, ik kreeg het gewoon niet voor elkaar om heel te blijven. Het roer moest om, nog één kans, met een nieuwe coach en een nieuwe focus.. de 5km.

Er veranderde veel…heel veel. In Amerika heb ik geleerd om vooral keihard te trainen, maar nu moest ik slim trainen. Mijn volume ging dan wel omhoog van 80-90km per week, naar 120-130km per week, maar daar kwamen vooral veel langzamere kilometers bij. Om mijn lichaam heel te houden, ging de intensiteit juist omlaag. Minder snelle tempos op de atletiekbaan, meer in het bos op hartslag. En als ik al snelheid deed was het op een atletiekbaan van gras of in het bos heuvel op zodat ik mijn power wel kwijt kon in mijn pas, zonder de zware impact van een harde landing. Als ik een pijntje had, trainde ik alternatief en naast de krachttrainingen plande ik ook nog een aantal aparte prehab trainingen in (dat is rehab, maar dan voordat je geblesseerd raakt). Het was een druk programma en hard werken, niet bepaald glamorous. No stones unturned – het zat altijd in mijn achterhoofd. Als ik dit nog een laatste kans zou geven, wilde ik ook zeker weten dat ik het alles gegeven had.

sportvrouwtje

Als je me die avond op de bank had verteld dat ik het volgende jaar in 13 verschillende landen wedstrijden op het hoogste niveau zou lopen, er 10 zou winnen en uiteindelijk 8ste van de wereld zou worden dan had ik je absoluut voor gek verklaard. Ik wilde het wel geloven, maar kon niet inzien hoe ik de weg daar naartoe zou moeten uitstippelen. Nou, het was heel simpel dus. Goede coaching, hard werken en geloven in wat je doet. Opeens vielen puzzelstukjes op z’n plaats en al na 6 maanden trainen met de nieuwe aanpak merkte ik hoe hard ik kon lopen als ik simpelweg gezond bleef. Dat ik minder dan een jaar na de spelen alsnog de limiet liep was bittersweet, maar vanaf hier ging mijn blik alleen vooruit. Ik wilde meer.

Die zomer eindigde ik bij het WK in Moskou dus als 8ste op de 5000m. Oja, en eerste Europeaan, ook dat nog. Met deze prestatie was ik helemaal in mijn nopjes, maar wat echt telt zijn natuurlijk de medailles. Met dat plan ging ik de winter in, nouja wintertraining dan, want we doen dus aan zomer in de winter in Oz. Je snapt het wel. Om vervolgens deze ‘winter’ weer met een berg aan pijntjes en onderbrekingen uit te komen. Potdimme alsnog een race tegen de klok om het EK überhaupt te halen. Gelukkig kreeg ik wel een startbewijs en besloot ik om alleen nog te gaan als ik het gevoel had dat een medaille erin zat. Er zijn zo een paar momenten in je leven waarop je gelooft dat je iets kan doen, in theorie dan.. maar als het dan gebeurt dat je toch je ogen niet kan geloven. Nou brons halen op een EK na een jaar vol blessures is dus zo’n moment.

reuters_pictures-20140816181433-44110400

Aan het einde van ieder seizoen analyseer ik met mijn ‘team’ wat er goed en mis is gegaan om vervolgens het jaar erop van de fouten te leren. Zo draafde ik ooit rond als je een jong slap 1500m hertje en maakte ik via een ondertrainde, maar robuuste 1500m loopster een comeback als snelle, maar nog steeds wat blessuregevoelige 5 en 10km loopster. Door de zwakke punten steeds aan te pakken en disbalans mijn lichaam uit te werken kom ik Iedere zomer een stapje dichterbij die ultieme voorbereiding: trainen als een beest en tegelijkertijd ook nog blessurevrij blijven. Dit jaar leek het zowaar bijna te lukken. De hele winter hielden de achillespezen zich koest, totdat een van de twee toch besloot om vervelend te doen. Twee maanden voor het WK om precies te zijn. Opeens werd mijn schema weer omgegooid van twee keer per dag rennen naar fietsen, ElliptiGO, rehab, fysio, ijsbaden, nog meer gekke oefeningen en slapen met een Strassburg sock (Ja lieve Google-laars, dat is inderdaad een sok die je voet in een hoek van 90 graden houdt. De hele nacht ja. En gek genoeg went het op een gegeven moment wel). Niet ideaal dus, maargoed ik ben inmiddels gewend aan een beetje tegenslag en ik geloofde met die betere winterbasis wel dat ik mijn doelen deze zomer nog kon halen.

The challenge was on! En uiteindelijk bracht ik die uitdaging er na twee maanden letterlijk trainen-eten-slapen-trainen-eten-slapen-repeat-repeat-repeat er puik vanaf met nog een 8ste plaats op de 5km en een 10de plaats op de 10km in Beijing. Het was natuurlijk al een hele prestatie dat ik 50 rondjes in het Vogelnest in een week had overleefd met alle blaren, bloed op mijn schenen van spikes van m’n tegenstandsters en kinesio-tape die m’n lichaam nog net bij elkaar wist te houden. Ook op de klassering was niks aan te merken, maar deep down wist ik.. dit kan beter, dit kan harder. Dat kunstje van top-8 in de wereld hebben we nu wel gezien. Eerste niet-Afrikaanse is niet iets waar ik trots op wil zijn. Ik moet er gewoon tussen lopen. Top-5, maar het liefst gewoon iets om m’n nek.

CUaxTZdWEAATT58

Via deze maandelijkse blog wil ik jullie meenemen op deze dolle reis die de Olympische voorbereiding heet. Om op dit punt aan te komen heb ik al zoveel obstakels moeten overwinnen. Ik ben gestruikeld, opgestaan, verder gerend om vervolgens weer ergens met m’n kleren te blijven hangen. Maar ik ben blijven rennen, blijven springen, ben nooit omgedraaid. En daarom sta ik hier. Nu aan het begin van een Olympisch jaar. Twee kwalificaties in the pocket en een sterkere drive dan ooit om dit tot een belachelijk groot succes te maken. Lees, huiver, leef met me mee.

♥ Susan

This Post Has 2 Comments

  1. Marion

    Erg boeiend en interessant om te lezen. Wat een wilskracht! Zou je iets meer kunnen vertellen welke oefeningen je doet/deed voor je achillespezen? En heb je bijvoorbeeld gebruik gemaakt van shockwave?

    1. susan

      Dankjewel Marion! Ik heb geen gebruik gemaakt van shockwave, maar wel bijvoorbeeld van massage technieken waarbij de huid los wordt ‘geplukt’ rond de achillespees en een techniek die ze in Amerika “Graston” noemen. Verder is het voor mij altijd belangrijk om de pees iedere dag gecontroleerd te belasten door bijvoorbeeld touwtjespringen of eenbenige “calf raises” met een gewicht in mijn hand. Rust is in ieder geval niet altijd beter voor de pees omdat doorbloeding gestimuleerd wordt met oefeningen & hardlopen. Maar langzaam en gecontroleerd opbouwen is natuurlijk wel altijd belangrijk.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *